Home Our Cats Available Shows About Cats About Us Links Diverse Contact

Verzorgingstehuizen

Laat oudere en huisdier bij elkaar.

 Wie helpt de ouder wordende mens met zijn huisdier? Niet alleen als hij nog thuis is, ook als hij naar een zorginstelling moet?

In niet alle zorginstellingen mogen ouderen hun huisdier meenemen.

De gedachte lijkt er wel ingenesteld: als je als oudere naar een zorginstelling gaat, mag je huisdier niet mee. Er zijn mensen die alleen daarom geen hulp durven vragen. Sommigen laten hun huisdier voor de verhuizing inslapen, in de vaste overtuiging dat het toch niet mee mag.

 

Tips voor ouderen met huisdier.

Tips van landelijke stichting Ouderen en Huisdieren aan oudere huisdierbezitters:

Regel tijdig wie in uw omgeving de zorg voor uw huisdier kan overnemen in geval van nood.

Ga ook na welke organisaties in uw woonplaats kunnen helpen.


Denk aan dierenbescherming, dierenpensions, vrijwilligersorganisaties, zorg- en uitlaatdiensten;

Zorg dat uw dier, vooral als het een hond betreft, goed is opgevoed en getraind. Dat vergroot de kans op hulp van anderen;

Vul een zogeheten informatiestaat voor het dier in. Daarmee weet een vervangende verzorger hoe hij met het dier moet omgaan en bij wie hij zonodig terecht kan;

Informeer hoe de thuishulp in uw omgeving tegenover huisdieren staat;

Ga er niet automatisch vanuit dat uw dier in een zorg- of verpleeginstelling niet wordt toegelaten. Onderzoek waar het wel kan en wat de voorwaarden zijn;

Wanneer u wilt verhuizen naar een aangepaste woning of serviceflat, informeer dan vooraf of uw dier welkom is.

Teken niets voordat u daarover een schriftelijke bevestiging hebt.


Wilt u na de dood van uw huisdier (na rijp beraad) toch graag weer een nieuw dier, kijk dan eens in het asiel. Daar zitten meestal volwassen dieren waarvan karakter en gedrag bekend zijn. Dat kan een voordeel zijn in uw situatie.


Toch is het tegenwoordig ook dikwijls wel toegestaan. Er zijn inmiddels heel wat zorgcentra die katten, honden en andere dieren toelaten.

Uit begrip voor de vaak hechte band tussen (oudere) mens en dier. En omdat de dieren gezelligheid brengen en ervoor zorgen dat het oudere baasje actief blijft en minder naar de dokter gaat. Wetenschappelijk onderzoek heeft ook verrassende effecten aan het licht gebracht, zoals daling van de bloeddruk bij aanraking van een dier.

Maar, zo waarschuwt psychologe dr. Nienke Endenburg van de universiteit Utrecht: ,,Dat geldt alleen als je van dieren houdt en er niet bang of allergisch voor bent. Een beest is geen pil. Je kunt niet zeggen: ik heb hoge bloeddruk, zal ik maar een huisdier nemen?''

 Stuwende kracht achter het streven om ouderen en hun huisdier zo lang mogelijk bij elkaar te laten, is de landelijke stichting Ouderen en Huisdieren (LSOH)*. 'Samen oud worden' is het motto van voorzitter Corrie Veltkamp-Dalman. En dat geldt dan ongeacht de woonsituatie. Maar het moet wel op verantwoorde wijze.

Ook het welzijn van het dier telt en de omgeving moet er geen overlast van ondervinden. Oudere huisdierbezitters hebben niet alleen rechten maar ook plichten.''

 

De organisatie heeft veel kennis in huis en informeert, adviseert en denkt mee. Ook geeft zij voorlichtingsboekjes uit. Want bij alle partijen ontbreekt het nogal eens aan de nodige informatie, meent Veltkamp. Zo vragen veel ouderen zich na de dood van hun huisdier af of ze nog wel aan een nieuw dier kunnen beginnen. En zijn beleidsmakers onvoldoende op de hoogte van de positieve effecten van huisdieren op ouderen.

 

Tegelijkertijd zetten al te enthousiaste hulpverleners soms wel erg voortvarend dierprojecten op. Die vervolgens sneuvelen door gebrek aan kennis en een gedegen voorbereiding. Veltkamp: Waarom toch zoveel slechte communicatie en steeds weer het wiel willen uitvinden? Waarom niet geprofiteerd van ervaring elders?''

Ja-cultuur.

Voorbeeld is de Stichting Humanitas in Rotterdam die diverse woonvormen voor ouderen beheren.

Het beleid is er 'anders dan anders' maar heeft intussen ook veel navolging gekregen. Mevrouw Wil Markesteijn, directeur van de vestiging Humanitas-Akropolis, weet hoe het werkt. ,,Aan de basis van het besluit om dieren toe te laten, zo'n tien jaar geleden, lag de 'ja-cultuur' van Humanitas.

In principe mag alles. Wij kennen geen 'nee'. Als mensen iets willen, zoeken we altijd naar mogelijkheden, maar wel onder voorwaarden.

We willen het vrolijk hebben, niet moeilijk doen. Onze kerntaak is het welbevinden van de bewoners.''

In die filosofie past ook de keuze voor (huis)dieren omdat die de kwaliteit van het leven verbeteren.

Dat mes snijdt aan twee kanten want bewoners die zich beter voelen, gaan meer zelf doen en hebben minder zorg nodig. En dat drukt dan weer de kosten.

 

Mevrouw Markesteijn vertelt over de eerste kat die meekwam met een licht dementerende vrouw. ,,Medewerkers waren bang of allergisch of anderszins gekant tegen de komst van het dier. Maar we hebben het toch gedaan en een oplossing gezocht voor allergische personeelsleden.''

Het dier bracht veel leven in de brouwerij en de organisatie heeft veel geleerd van dat experiment. ,,Na afloop was iedereen enthousiast'', aldus de directeur. ,,Er blijkt dan ineens veel meer te kunnen dan je voor mogelijk houdt in zo'n huis.''

 

De kat - na het overlijden van de eigenaar afdelingskat geworden - heeft nog drie jaar geleefd. Inmiddels beschikt de instelling over een uitgebreide levende have, zowel binnen als buiten.

Het is wel zaak, zo waarschuwt Wil Markesteijn, het allemaal goed te regelen.

Zo moet de accommodatie berekend zijn op huisdieren en moeten er vooraf duidelijke - schriftelijke - afspraken worden gemaakt.

Bijvoorbeeld over uitlaten, dierenartsbezoek, eten. Het liefst betrekt de organisatie de klant erbij of de familie of vrijwilligers.

 Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn want natuurlijk zijn er ook klachten. Bijvoorbeeld over haren, uitwerpselen op de verkeerde plek, overlast van vechtende of blaffende honden. Maar ook daar doet mevrouw Markesteijn niet moeilijk over. Wij kennen geen problemen, alleen uitdagingen.

En die moeten worden aangepakt.''

LSOH*-voorzitter Veltkamp ziet in zorg- en verpleegcentra steeds meer begrip voor ouderen met huisdieren.


Tegelijkertijd constateert zij dat die centra slechts twee procent van alle ouderen herbergen. De rest - de overgrote meerderheid dus - woont zelfstandig en kan vroeg of laat op de thuiszorg zijn aangewezen. Vooral in die sector zijn nog veel obstakels te overwinnen.

Veltkamp: ,,Het is niet nodig dat elke hulpverlener dol is op dieren. Het gaat vooral om begrip.

Niet meteen zeggen: dat kan niet, maar kijken hoe het wel kan.''

 Veltkamp ziet mogelijkheden als thuiszorg en dierenbescherming (meer) zouden samenwerken.

Hulp bij zorg voor het dier zou dan kunnen worden opgenomen in het zorgpakket van de thuiszorg. ,,Je hebt mensenverzorgers en dierenverzorgers en die moeten elkaar zien te vinden!''

Share on Facebook Share via e-mail Print
Back Up

Copyright © Cattery Rijana

Next Privious   Home Down Top